Aanpak laaggeletterdheid in Dronten

In Dronten heeft ongeveer 10% van de inwoners tussen 16 en 65 jaar moeite met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden. Het is lastig al deze mensen te bereiken. Vanaf 2020 komt in de landelijke aanpak laaggeletterdheid een grotere regierol voor gemeenten. Landelijk beleid richt zich op het bereiken van Nederlanders met Nederlands als moedertaal (NT1’ers). Dat doen ze ook in Dronten, maar deze inwoners melden zich niet uit zichzelf. Daarom wil de gemeente professionals en vrijwilligers trainen in het herkennen van laaggeletterdheid.

Laaggeletterdheid bespreekbaar maken

Niet alleen het herkennen van laaggeletterdheid is belangrijk, maar ook het normaliseren van het onderwerp en het aangaan van een gesprek hierover. De insteek is een warme overdracht en doorverwijzing om de taalvaardigheid te verbeteren. Minder laaggeletterdheid is een van de resultaatgebieden uit het Themaplan Participatie. Er staat dus nog al wat te gebeuren.

Aanpak laaggeletterdheid in Dronten

Werkproces inrichten op bereik

In eerste instantie is samen met Stichting Lezen & Schrijven gekeken hoe mensen beter bereikt kunnen worden. Er is samen met de inkomensconsulenten, re-integratieconsulenten en medewerkers ‘bijzondere regelingen’ gekeken naar hun werkproces. Met hen willen we een werkproces inrichten waar tijdens een intakegesprek (met cliënten die bijvoorbeeld een bijstandsuitkering aanvragen) aandacht is voor herkennen en doorverwijzen. Twee weken geleden hebben we een stap gemaakt door het in kaart brengen van signalen die wijzen op mogelijke laaggeletterdheid en het stellen van ‘contextgerichte vragen’. 

Vervolgstappen

In 2020 willen we dit uitwerken, uitvoeren en evalueren. De bedoeling is dat dit breder getrokken gaat worden. Denk aan gidsen, baliemedewerkers, leerplicht/RMC medewerkers, leerlingenvervoer maar ook maatschappelijke organisaties. Welke instanties we nog meer willen betrekken bij dit project, wordt nog uitgewerkt.