Geldfitspreekuur in Deventer zet Taalbemiddelaar in om laaggeletterden aan te spreken

Elke woensdagochtend van 10.00 uur tot 12.00 uur verwelkomt Taalbemiddelaar Gerard Meijerink in de Bibliotheek in Keizerslanden in Deventer mensen bij het Geldfitspreekuur. Als gastheer probeert hij op een subtiele manier laaggeletterden te vinden en door te verwijzen naar taalaanbod. Hiermee wordt een verbinding gelegd tussen financiële hulpverlening en laaggeletterdheid. Gerard Meijerink vertelt over het spreekuur als vindplaats van laaggeletterden en hoe zijn rol er uit ziet. 

Geldfitspreekuur 

Geldfit Deventer is een initiatief van Sallandse Dialoog en helpt inwoners van de gemeente Deventer om overzicht te krijgen in hun financiële administratie. Het doel is de financiële zelfredzaamheid van de Deventenaren te vergroten. Om deze hulp toegankelijker te maken, is er in november 2017 het Geldfitspreekuur gestart in de Bibliotheek in Keizerslanden in de stad Deventer. Elke woensdagochtend van 10.00 uur tot 12.00 uur kunnen mensen bij dit fysieke inloopspreekuur vragen stellen aan de sociaal raadslieden van de front office. Denk aan het op orde brengen van post en rekeningen, het maken van een begroting, het aanvragen van toeslagen of het invullen van formulieren. 

Het Geldfitspreekuur is voor incidentele vragen. Voor structurele hulp kan een persoon terecht bij een BudgetCoach, de sociaal raadslieden of het Budget Adviesbureau Deventer.  
 

Geldfitspreekuur in Deventer zet Taalbemiddelaar in om laaggeletterden aan te spreken

Schuldproblematiek en laaggeletterdheid 

Er wordt in het hele land steeds meer de verbinding gelegd tussen schuldproblematiek en laaggeletterdheid. En terecht. Stel je voor: je hebt de grootste moeite met lezen, dan is het invullen van een eenvoudig formulier een hele uitdaging. Laat staan je financiële administratie op orde brengen. De kans bestaat dat je niet weet op welke toeslagen je recht hebt, waardoor je inkomsten misloopt. Rekeningen blijven zich opstapelen, omdat je de brieven niet begrijpt.  

Binnen de schuldhulpverlening is er niet voor niets een schrikbarend aantal laaggeletterden. Het onderzoek Lezen ≠ Begrijpen - een onderzoek van Syncasso, Kredietbank Nederland, de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en Stichting Lezen & Schrijven - bevestigt dit. Uit het onderzoek bleek dat circa 50% van de klanten van incasso- en deurwaardersorganisatie Syncasso en Kredietbank Nederland moeite heeft met lezen. We kunnen daarom stellen dat een beperkte leesvaardigheid veel voorkomt onder mensen met financiële problemen. 

Het Budget Advies Deventer heeft ook aandacht voor laaggeletterdheid onderdeel gemaakt van haar werkproces en wijst laaggeletterden door naar het Taal-Digipunt, waar een passend traject wordt gezocht.  

Rol van de Taalbemiddelaar 

Een andere manier is om de laaggeletterde te helpen bij het verbeteren van zelfredzaamheid. De sociaal raadslieden van het spreekuur merkten dat er veel klanten kwamen die moeite hadden met basisvaardigheden, maar de handelingsverlegenheid was te groot om het gesprek hierover aan te gaan. Bij het Geldfitspreekuur is daarom ingezet op een taalbemiddelaar om laaggeletterden te vinden en met hen het gesprek aan te gaan over taalmogelijkheden. Hiermee wordt weer een mogelijke oorzaak van financiële problemen aangepakt.  

De opzet is bijzonder. Taalbemiddelaar Gerard Meijerink treedt op als host. Als gastheer ontvangt hij de mensen die binnenkomen bij het spreekuur. Hij heet ze welkom, maakt een praatje en voorziet hen van een kop koffie. Hij helpt ze bij het invullen van het formulier voor aanmelding van het spreekuur. Het woord ‘taalles’ of ‘taalbemiddelaar’ wordt vermeden en voor de klanten is Gerard een vrolijke gastheer.  

De signalen 

‘Ik kijk hoe ze binnenkomen en of ze samen met iemand komen. Hoe komen ze over? Hoe vullen ze het formulier in?’, zegt Gerard. Hij vertelt hen rustig: ‘Als u klaar bent met het formulier dan kijk ik samen even met u mee of het allemaal duidelijk is.’ Gerard let op verschillende signalen zoals hun handschrift en hun schrijftempo. ‘Als ze geen e-mailadres invullen, dan vraag ik hiernaar. Dit komt vrij regelmatig voor en kan erop wijzen dat iemand laaggeletterd is.’, vervolgt hij.  

Bij vermoeden van laaggeletterdheid 

Als hij vermoedt dat iemand laaggeletterd is, of denkt dat iemand goed zou doen aan het verbeteren van zijn digitale vaardigheden, dan probeert hij het gesprek hierover aan te gaan. ‘Nogmaals, ik kan op basis van het korte gesprek veelal niet vaststellen of iemand daadwerkelijk laaggeletterd is, maar alleen een vermoeden hebben. Het komt vaak voor dat er een medische reden is waarom iemand moeite heeft met lezen en/of schrijven. Deze klanten kan ik niet doorverwijzen naar een taaltraject, omdat taalles het probleem niet verhelpt,’ aldus de taalbemiddelaar. 

Doordat hij zich open en vertrouwelijk opstelt en ze hem zien als die vriendelijke man die hen altijd hartelijk welkom heet, vinden laaggeletterden het prettig naar hem te luisteren. Hij vertelt hen dat ze gerust, nadat ze op het spreekuur hun financiële vraag hebben besproken, terug kunnen komen als ze meer over de mogelijkheden van een cursus willen weten. Soms gebeurt dit al terwijl ze zitten te wachten op hun beurt. 

Gerard maakt hen duidelijk dat ze niet de enige zijn. Bovendien kent hij precies het aanbod in de buurt waardoor hij diverse mogelijkheden kan laten zien die passen bij de klant. Hij zorgt zo veel mogelijk voor een warme overdracht. Hij kan samen met de persoon meteen een intake inplannen bij het Taalpunt in Deventer. Meestal wordt de persoon een dag later gebeld om de afspraak te bevestigen. Vervolgens krijgt Gerard terugkoppeling of de persoon inderdaad is gekomen voor het gesprek en wat hieruit is gekomen. 

Spreekuur als vindplaats van NT1’ers 

Hoewel er ook hoogopgeleiden op het spreekuur komen, vermoedt Gerard dat de helft van de klanten van het spreekuur laaggeletterd is. Het is een goede vindplaats van NT1’ers. Ongeveer de helft van de klanten is een NT1’er. Voor een NT1’er is de stap naar een taalcursus of opleiding groot. ‘Ik zie best vaak mensen terugkomen, ongeveer de helft, de rest komt voor de eerste keer. Het feit dat het Spreekuur Geldfit in een bibliotheek zit dat midden in een woonwijk gevestigd is, is ideaal. Bewoners lopen dan sneller binnen’. 

Helaas is het na een warme doorverwijzing nog de vraag of een persoon werkelijk komt opdagen bij het intakegesprek. NT2’ers komen bijna altijd opdagen. NT1’ers regelmatig niet. Gerard zegt: ‘Het liefst wil je iedereen overtuigen dat een cursus het beste is wat ze kunnen doen, maar zo werkt het niet. Je kunt ze niet dwingen. Mensen moeten uiteindelijk zelf willen. Gelukkig is de reactie van diegenen die wel een cursus volgen zeer positief: ‘Had ik het maar eerder gedaan. Ik voel me nu veel vrijer’.’ 

De toekomst 

Volgens Gerard werkt deze opzet zo goed, omdat de lijntjes kort zijn. Vindplaats en aanbod worden bij elkaar gebracht.  

Er zijn plannen voor meer Geldfitspreekuren. De wens is om overal een taalbemiddelaar in te zetten als vast onderdeel, zodat het geborgd wordt. Korte lijntjes zijn de sleutel om het te laten werken. ‘Idealiter wordt er een Geldfitspreekuur gehouden bij het Taalpunt, zodat de lijntjes nóg korter zijn’, aldus Gerard. Hij vervolgt: ‘Er is nu sprake van een warme overdracht, maar in dat geval kunnen mensen hopelijk meteen spreken met degene van wie ze les krijgen. Dat geeft vertrouwen.’ 

Wil je meer weten over het Geldfitspreekuur? Ga dan naar de website van het Geldfitspreekuur. Voor meer informatie over de taalbemiddelaar bij het Geldfitspreekuur kun je contact opnemen met projectleider van Stichting Lezen en Schrijven Marlies Olthuis (marliesolthuis@lezenenschrijven.nl).