Hoe maak je een regionale aanpak van laaggeletterdheid? Een praktijkvoorbeeld uit West-Brabant

Gemeenten ontwikkelen momenteel een regionaal plan om laaggeletterdheid aan te pakken. Het is de bedoeling dat alle arbeidsmarktregio's in 2020 een beleidsplan opleveren. Hoe pak je dat aan, het formuleren van een regionale aanpak van laaggeletterdheid? In gesprek met Barbara Seelt, Projectleider Taal en Laaggeletterdheid bij de gemeente Breda, en Laura Hamers, Beleidsmedewerker Samenleving bij de gemeente Etten-Leur.

Bij de start: gebruik maken van bestaande plannen

De regio West-Brabant is al in de zomer van 2019 begonnen met het regionale plan. Barbara: “Ik vond dat we er vaart mee moesten maken omdat we een regionaal educatieplan hadden dat niet actueel was. Gelukkig was er veel betrokkenheid van gemeenten en waren er al plannen die we als basis konden gebruiken, zoals taalakkoorden in Drimmelen, Geertruidenberg en de De6 (Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert) en het Bredase actieplan.” Laura: “Ook is in veel gemeenten het thema laaggeletterdheid al opgenomen in de coalitieakkoorden.”

Input ophalen bij organisaties en wethouders steeds betrekken

Om informatie op te halen is er een regionale bijeenkomst georganiseerd. Laura: “Bij deze bijeenkomst waren veel organisaties die betrokken zijn bij de aanpak van laaggeletterdheid. We gingen in gesprek door elkaar veel vragen te stellen. Wat doen we al en doen we de juiste dingen? Wat gaat er goed? Wat hebben we de afgelopen jaren geleerd? Waar wil je de komende jaren aan werken en wat kan jouw organisatie daaraan bijdragen? Wat is het bereik? Meten we op dezelfde manier en hoe maken we daar goede afspraken over? Ook Taalambassadeurs (voormalig laaggeletterden) waren hierbij. We wilden hen in een vroeg stadium mee laten denken en niet alleen achteraf vragen om commentaar te geven.” Barbara: “Ik vond dat echt waardevol. Zij waren heel openhartig en ontwapenend. Het maakte me ervan bewust voor wíe we dit doen. Ik ben heel blij dat we die bijeenkomst hebben georganiseerd. We kunnen nu terugvallen op die input en partners herkennen zich in de aanpak. Wat ook van belang is dat we de wethouders steeds hebben betrokken. De eerste stap, nog voor de bijeenkomst, was dat we met hen hebben bepaald en besproken wat de grote lijnen moesten worden. Gedurende het proces van uitwerken hebben we hen mee laten lezen zodat ze echt aangehaakt bleven.”

Gezamenlijk prioriteiten vaststellen

Het bespreken van deze vragen hielp bij het bepalen van gezamenlijke doelen. Laura: “Hierbij willen we eerst de basis op orde brengen het gaat erom dat er goede volwasseneducatie is die aansluit bij de wensen en behoeften van inwoners. Voor een inwoner moet het geen verschil maken of die in Breda of in Etten-Leur woont. Dit plan maakt duidelijk wie wat doet zodat partners en gemeenten eigenaarschap voelen.

Het West-Brabantse plan: ‘durven, dromen doen!’ Doelstellingen:

De basis op orde: vraag en aanbod in kaart, kwaliteit, weten wat werkt, registreren, toegang tot taalaanbod.

Meer mensen bereiken: herkennen, bespreken en doorverwijzen, aanbod, eenvoudige communicatie.

Hoe maak je een regionale aanpak van laaggeletterdheid? Een praktijkvoorbeeld uit West-Brabant

Plan op hoofdlijnen

Het West-Brabantse regioplan is een plan met ambities op hoofdlijnen. Barbara: “Dat is niet om ons er gemakkelijk vanaf te maken, maar om per jaar te kijken wat we regionaal aan willen pakken en wat lokaal. Je hoeft namelijk niet alles op hetzelfde moment te doen en de wereld kan veranderen, dat zie je wel in deze corona-crisis. In een jaarlijks lokaal werkplan verwerkt elke gemeente zijn eigen ambities. De ene gemeente kan bijvoorbeeld meer prioriteit geven aan schulden en de ander aan gezondheid.” Laura: “Het regionale plan geeft vooral de kaders, daar is ook behoefte aan. Maar binnen die kaders is nog steeds veel vrijheid.”

Samenwerken tussen centrumgemeente en regiogemeenten

De gemeenten in West-Brabant staan op gelijke voet met elkaar. Barbara: “Ik ben aanspreekpunt voor onze regio, een tussenpersoon voor ‘Den Haag’ en als centrumgemeente nemen we de regie. Daarin zit ook de uitdaging. We moeten bewaken dat we iedereen betrokken houden. We willen de energie van professionals, ambtenaren, vrijwilligers en docenten vasthouden. Mensen doen dit immers vanuit gedrevenheid. Een taalnetwerkcoördinator gaat aan de slag met de eerste doelstelling (‘de basis op orde’) om hieraan een impuls te geven. We hebben er bewust voor gekozen om niet met een regiocoördinator te werken die verantwoordelijk is voor de uitwerking van het héle plan om te voorkomen dat samenwerkingspartners minder actief worden.”

Heldere taal en een rol voor Taalambassadeurs

De regio heeft ervoor gekozen om van het plan een populaire leesversie te maken: geschreven in heldere taal en mooi opgemaakt. Laura: “We wilden een versie maken waar een wethouder mee op pad kan. Zodat er nog sterkere verbindingen komen met andere beleidsterreinen. En voor nieuwe collega’s is het fijn om snel te weten waar het over gaat. Ook belangrijk is dat we met het gebruik van eenvoudiger taal een voorbeeld willen stellen aan anderen. Bij het ontwikkelen van het plan hebben we daarom ook onze Taalambassadeurs betrokken. Je moet namelijk altijd voor ogen houden voor wie je iets doet. Dit plan is niet voor het rijk maar om onze inwoners te helpen. De Taalambassadeurs hebben hun dromen met ons gedeeld en ze hebben de teksten kritisch bekeken.” Barbara: “Het is gek als je met beleidsmensen achter een tafel een plan gaat opstellen zonder dat je de mensen over wie het gaat laat meepraten. Dit onderwerp leent zich daar goed voor. De Taalambassadeurs stelden goede vragen, zoals ‘wat bedoel je hier nou mee?’ of ‘wat hebben we daar dan aan?’ En ze gaven handige tips voor de opmaak die we hebben overgenomen. Dat betrekken en mee laten denken van de Taalambassadeurs blijven we doen, ook als we straks in het stadium van de uitvoering zijn.”

Ondersteuning vanuit Stichting Lezen en Schrijven

Bij het ontwikkelen van het plan hebben de gemeenten ondersteuning gehad van een adviseur van Stichting Lezen en Schrijven, Ernestine Schipper. Laura: “Het was heel fijn om met haar te kunnen sparren. Ze is heel deskundig, heeft kennis van zaken en kwam met landelijke voorbeelden. Ook bewaakte zij de rode draad en was zij een verbindende schakel. Barbara: “Dat meedenken maar ook meeschrijven was inderdaad heel fijn. Ook ondersteunt ze bij het maken van een lokale vertaalslag. Want lokaal moeten we het doen!”

Meer weten?

Wilt u meer weten over de ondersteuning van Stichting Lezen en Schrijven? Neem contact op met uw lokale adviseur. Een eerder artikel dat wij deelden over de ontwikkeling van een regionale aanpak laaggeletterdheid vindt u hier.