Naar een regionaal plan in Gorinchem met het Groeimodel Aanpak Laaggeletterdheid

Gemeenten ontwikkelen momenteel een regionaal plan om laaggeletterdheid aan te pakken. Het is de bedoeling dat alle arbeidsmarktregio's in 2020 een beleidsplan opleveren. Een handig instrument hierbij is het Groeimodel Aanpak Laaggeletterdheid. Het model helpt gemeenten in beeld te krijgen waar ze staan en hoe ze hun aanpak verder kunnen versterken. Deniz Özkanli, adviseur bij Stichting Lezen en Schrijven, begeleidde onlangs een werksessie in Gorinchem waarbij het groeimodel werd toegepast. Wendy Springer, beleidsmedewerker Laaggeletterdheid en Integratie in Gorinchem en Bo Aarsbergen, adviseur in die regio, waren bij die bijeenkomst aanwezig. Zij vertellen over de inzet van het model en wat het de gemeente heeft opgeleverd.

Snel tot de kern van de zaak

Het groeimodel gebruik je in een werksessie met de kernpartners van een taalnetwerk. Deniz: “Voor de werksessie beoordelen deelnemers individueel maar anoniem de lokale aanpak van laaggeletterdheid. Dat zorgt voor een veilige gespreksomgeving. Je komt daardoor ook snel tot de kern. In een korte tijd bespreek je waar de netwerkpartners staan en waar de knelpunten zitten.”

Resultaat, slagkracht en draagvlak

De methode zorgt ervoor de partners in gesprek gaan over resultaat, slagkracht en draagvlak. Deniz: “Slagkracht gaat over effectiviteit. Hoe werken de partners samen? Zijn er voldoende financiën en worden die goed verdeeld? Hoe gaat het met werven en doorverwijzen en wat is de kwaliteit van het aanbod? Draagvlak gaat over betrokkenheid, communicatie en verantwoordelijkheden. Bij resultaat hebben we het over het bereik van deelnemers, het verbeteren van basisvaardigheden en verbetering van de situatie van deelnemers.”

Naar een regionaal plan in Gorinchem met het Groeimodel Aanpak Laaggeletterdheid

Concrete verbeterpunten

Als resultaat van het gesprek worden gezamenlijk prioriteiten vastgesteld. “Dat kan gaan over het proces, bijvoorbeeld de betrokkenheid van de partners, maar ook over de inhoudelijke keuzes bij de aanpak van laaggeletterdheid. Bo adviseerde de gemeente Gorinchem om met het groeimodel aan de slag te gaan. Bo: “Eén van de uitkomsten is dat het netwerk meer NT1’ers wil bereiken. In werkgroepen gaan we aan de slag met dat doel. Met het groeimodel is ook het vorig jaar afgesloten Taalpact geëvalueerd. Daarnaast gebruikt het netwerk de uitkomsten als input voor het Gorinchemse regioplan.”

Belangrijk en waardevol

De gemeente Gorinchem is positief over het groeimodel. Wendy Springer beaamt dat. “Het was heel fijn om te weten wat er bij elke partner speelt en ieders belangen inzichtelijk te krijgen. In het gesprek merkten we dat we hetzelfde doel voor ogen hebben. Door het groeimodel werd duidelijk in welke fase elke organisatie zit. De onafhankelijke gespreksleider vroeg goed door. Het was nuttig dat hij geen voorkennis van de lokale situatie had. We gaan nu eerst de vastgestelde doelen concreter maken. Het beeldverslag helpt de kernpartners om de overige netwerkpartners te informeren en mee te krijgen.”

Gespreksleider Deniz was ook tevreden. “Het was een goede bijeenkomst. Mensen vonden het belangrijk en waardevol om van elkaar te horen hoe iemand naar de aanpak kijkt. Ik zag herkenning en bevestiging over wat hen bindt. De gestructureerde aanpak motiveert deelnemers om binnen korte tijd keuzes te maken en dat geeft energie.”

Meer weten?

Stichting Lezen en Schrijven ontwikkelde het Groeimodel Aanpak Laaggeletterdheid in samenwerking met het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht (USBO). De inzet van het groeimodel hoort bij de ondersteuning aan gemeenten van Stichting Lezen en Schrijven. Neem voor meer informatie contact op met een van onze adviseurs in uw regio. Of bel 070 - 302 26 60. Of mail naar info@lezenenschrijven.nl.

Hoe ziet de voorbereiding van een werksessie met het groeimodel eruit?

  • Samen met de betrokken beleidsambtenaar bepalen we vooraf de doelen, de deelnemers, en waar en wanneer de sessie plaatsvindt.
  • Daarna vullen de deelnemers een flitspeiling (korte vragenlijst) in. 
  • De resultaten van de peiling gebruiken we in de werksessie. 
  • De begeleider zorgt ervoor dat de resultaten van de peiling, de achtergronden van de lokale aanpak en de doelen met elkaar worden verbonden tijdens de sessie.