Studenten Geneeskunde aan het UMC Utrecht in gesprek met Taalambassadeurs over laaggeletterdheid

De eerste week van het nieuwe jaar is goed van start gegaan voor de Taalambassadeurs van regio Utrecht en Flevoland. Zij werden gevraagd om van 6 tot en met 9 januari aanwezig te zijn bij 24 werkgroepen, bestaande uit tweedejaars studenten Geneeskunde aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU). Zij gingen in gesprek over het thema laaggeletterdheid en hoe zij in hun toekomstige loopbaan als arts, hun zorg nog beter op de patiënt kunnen afstemmen. Duidelijkheid, betrokkenheid en de tijd nemen zijn in de zorg altijd belangrijk voor iedereen, maar zeker bij mensen die moeite hebben met lezen en schrijven.

Leergierigheid en bewustwording

‘Wat opvalt is de leergierigheid van de studenten, maar ook de onbekendheid en verbazing over laaggeletterdheid,’ aldus Taalambassadeur Irma van Leerdam uit Amersfoort. Dit wordt bevestigd door de studenten: ‘Wij hadden allemaal niet verwacht dat er zoveel laaggeletterden in ons land zouden zijn en dat het grootste deel daarvan ook gewoon autochtoon is.’ Irma: ‘Het is zeer belangrijk dat aankomende artsen bekend zijn met signalen waardoor ze laaggeletterdheid beter kunnen herkennen. Het is heel goed dat dat bij beginnende artsen meegenomen wordt in hun studie. Het zorgt ervoor dat ze beter voorbereid zijn en dat laaggeletterdheid in een vroeg stadium in het contact herkend kan worden. Zo kunnen ze beter hun communicatie afstemmen op de patiënt en dat is belangrijk. Het is ook erg leuk dat je een grote groep studenten in korte tijd bereikt.’ 

Studenten Geneeskunde aan het UMC Utrecht in gesprek met Taalambassadeurs over laaggeletterdheid

Communicatie afstemmen

Over dat ‘communicatie afstemmen’ zegt studente Anne: ‘Het viel mij op dat de ervaringsdeskundige veel woorden nodig had om duidelijk te maken wat hij bedoelde bij het beantwoorden van onze vragen. Hij reageerde vaak wel enthousiast, maar gaf daarmee soms niet echt antwoord op onze vraag. Dat is even wennen in de communicatie.’ De vraag of zij het gesprek met de Taalambassadeur zinvol met haar studie kan verbinden wordt positief beantwoord: ‘Meneer vertelde over zijn vergevorderde diabetes. Na afloop van de les bespraken wij de relatie tussen zijn gezondheid en zijn vaardigheden op het gebied van gezondheid. Bijvoorbeeld of hij problemen had met het lezen en begrijpen van medicatie en leefstijladviezen enzovoorts.’

Aan het eind van deze week waren de Taalambassadeurs ‘moe maar voldaan’. En als het aan het UMC Utrecht ligt, zal dit jaarlijkse bezoek aan hun tweedejaars studenten Geneeskunde volgend jaar zeker weer plaatsvinden.