Transparantie in Drentse aanpak laaggeletterdheid

Om laaggeletterdheid aan te pakken wordt er op veel terreinen samengewerkt. Ook al is die samenwerking goed, toch kan die nog beter. Dat is de conclusie uit een Drentse pilot. Verschillende instanties namen een kijkje bij elkaar in de keuken en leerden dat ze transparanter naar elkaar toe moeten en kunnen zijn.

De lokale aanpak laaggeletterdheid is van cruciaal belang in het terugdringen van laaggeletterdheid. Een goede samenwerking tussen onder andere gemeenten, bibliotheken, bedrijfsleven, scholen, wijkteams, vrijwilligersorganisaties en overheidsdiensten maakt het mogelijk om zoveel mogelijk laaggeletterden te werven en ze een passend aanbod te bieden. Om de lokale partners te helpen de kracht van hun lokale samenwerking in te schatten, heeft Stichting Lezen & Schrijven de Universiteit Utrecht gevraagd een groeimodel te ontwikkelen. Het groeimodel inventariseert het draagvlak onder de relevante partners, de gezamenlijke slagkracht om laaggeletterden iets aan te bieden en de bereikte resultaten. Aan de hand hiervan kunnen de partners snel een overzicht krijgen van hun belangrijkste kracht en verbeterpunten.

Geleerd

De gemeente Hoogeveen was een van de deelnemers aan de pilot rondom het groeimodel. Esther Knapen, beleidsadviseur van samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen, is er positief over. “We zijn in werksessies verder gegaan dan alleen het bespreken van de waan van de dag. We hebben tijd genomen om door te praten over de problematiek van laaggeletterdheid en zijn heel transparant naar elkaar toe geweest. Daar hebben we van geleerd.” Er is voldoende draagvlak om gezamenlijk in Drenthe iets te doen om mensen beter te leren lezen en schrijven, zo bleek. De slagkracht kent verbeterpunten. “Het komt er op neer dat de kernpartners in de taalsamenwerking op de hoogte zijn van elkaars knelpunten om echt als samenwerkingspartners te opereren.”

Verbeteractie

Een verbeteractie die Esther Knapen voor haar eigen organisatie uit de pilot heeft opgepakt is transparanter zijn naar alle partners over bijvoorbeeld de inkoop van taallessen of coördinatie en om tafel te gaan om knelpunten met elkaar te delen. Waar ze tegenaan loopt is de verantwoording richting de gemeenteraad. “We moeten de bereikte resultaten met de raad delen. Dan rapporteren we dat we zoveel deelnemers hebben en dat er zoveel mensen bezig zijn met beter leren lezen en schrijven. Belangrijke cijfers. Maar eigenlijk willen we de kwalitatieve verhalen tonen. Zijn mensen meer zelfredzaam geworden doordat hun taalkennis is verbeterd? Daar willen we graag naar toe.”

Lees ook ons bericht op lezenenschrijven.nl, voor nog meer informatie.