Basismeters

De Basismeters zijn online instrumenten die in maximaal 15 minuten een indicatie geven of iemand (taal)scholing nodig heeft om vooruit te kunnen komen. De volgende Basismeters zijn beschikbaar:

  • Taalmeter 1F
    Deze meter geeft in korte tijd een indicatie of iemand moeite heeft met lezen. Het taalniveau van deze meter is 1F en hij is geschikt voor deelnemers met een opleiding tot met mbo 2. De deelnemer beantwoordt online meerkeuzevragen over een tekst. De Taalmeter 1F is gevalideerd en in de praktijk getest. 
     
  • Taalmeter 2F     
    Deze meter geeft in korte tijd een indicatie of iemand moeite heeft met lezen. Het taalniveau van deze meter is 2F en hij is geschikt voor deelnemers met een opleiding tot en met mbo 4. De deelnemer beantwoordt online meerkeuzevragen over een tekst. De Taalmeter 2F is gevalideerd en in de praktijk getest.
     
  • Digimeter     
    De Digimeter geeft een indicatie of iemand moeite heeft met digitale vaardigheden. De meter bestaat uit vier verschillende online opdrachten. 
     
  • Rekenmeter  
    De Rekenmeter geeft een indicatie of iemand moeite heeft met rekenen. De meter bestaat uit 16 online opdrachten en is geschikt voor deelnemers met een opleiding tot en met mbo 4. 
     
  • Meedoenmeter     
    Dit is een online vragenlijst, waarin de deelnemer op basis van zelfinzicht aangeeft of hij of zij actief deelneemt aan de maatschappij. Iedereen kan de Meedoenmeter maken. 

Meer informatie over de Basismeters vindt u op de website: basismeters.nl.  

Taalverkenners

De Taalverkenner is een papieren variant van de basismeter. Hij bestaat uit een korte tekst met zes bijbehorende vragen. Binnen 6 minuten is duidelijk of iemand moeite heeft met lezen. Er zijn twee verschillende Taalverkenners: de Taalverkenner Dienstverlening en de Taalverkenner Gezondheid. 

Meer informatie over de Taalverkenners vindt u op de website: basismeters.nl

Contextgerichte vragen 

De contextgerichte vragen zijn voorbeeldvragen die in een bepaalde context door professionals kunnen worden gesteld, om te peilen of er wellicht sprake is van laaggeletterdheid. Huisartsen en medewerkers bij een UWV kunnen hier bijvoorbeeld gebruik van maken. De vragen zijn verschillend voor iedere context en worden passend gemaakt voor elke organisatie.